De tweede kamer is afgelopen dinsdag, met een ruime meerderheid, akkoord gegaan met nieuwe wetgeving, waardoor het gemakkelijker wordt om een nieuwe school te stichten.
In tijden van een teruglopend leerlingenaantal (krimp) komt het ministerie met nieuwe wetgeving, die totaal geen rekening houdt met krimp! Hoe is dat toch mogelijk? Door het dalende leerlingenaantal (in sommige krimpgebieden wel meer dan 20%) is er eerder behoefte aan minder scholen dan aan meer scholen.

Het nieuwe wetsvoorstel – ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’ – is een aanpassing van de spelregels rondom Artikel 23 van de Grondwet, waarin ouders de vrijheid krijgen om scholen stichten.

Minister Slob erkende drie weken geleden in de Kamer dat de wet mogelijk tot veel nieuwe aanvragen zal leiden. ‘De wet biedt meer ruimte voor nieuwe scholen.’ Maar hij denkt dat er voldoende voorwaarden zijn om de levensvatbaarheid en kwaliteit van die initiatieven te controleren. Of de wet er daadwerkelijk komt, is ook na dinsdag 1 oktober overigens nog niet zeker. In de Eerste Kamer moet Slob nog een meerderheid zien te krijgen.

In de gewijzigde wet wordt zowel de lijst met ‘erkende richtingen’ als het ingewikkelde rekenmodel afgeschaft. Het enige criterium is voortaan of er genoeg potentiële leerlingen zijn voor een nieuw initiatief. Hoeveel handtekeningen daarvoor nodig zijn, wordt met een ingewikkelde berekening bepaald, maar het zal volgens onderwijskenners vaak om enkele honderden gaan.

In Trouw van 5 september 2019, schrijft Amber Dijardin: “Het wetsvoorstel moet van tafel, vindt de vereniging van middelbare scholen. In tijden van krimp en kansenongelijkheid is het stimuleren van concurrentie een slecht idee. Het is geen stap vooruit, maar achteruit. Dat vindt Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-Raad. De VO-Raad, de vereniging van schoolbesturen in het voortgezet onderwijs, was aanvankelijk voorstander van dit plan, dat al jaren rondzingt in de politieke coulissen. Maar de afgelopen tijd is er veel veranderd, zegt Rosenmöller. Zo daalt het aantal leerlingen flink. “Tot 2030 daalt het leerlingenaantal met 10 procent – we gaan van een miljoen naar 900.000. Dat vraagt om een enorme reorganisatie waarbij scholen veel meer moeten samenwerken in plaats van concurreren. Dit wetsvoorstel werkt concurrentie juist in de hand”.

De VO-Raad is geen tegenstander van innovatie, benadrukt Rosenmöller. “Maar breng nieuwe dingen dan onder bij bestaande scholen. Op veel plekken is al meer dan genoeg onderwijs. Op termijn zullen er eerder scholen dicht moeten dan erbij zullen moeten komen.”

Naast de instemming met het wetsvoorstel werden ook enkele amendementen en moties aangenomen. De belangrijkste wijzigingen zijn:
– Marktonderzoek mag alleen in bepaalde gevallen worden ingezet om de belangstelling te meten. Welke gevallen dat zijn, moet nog worden uitgewerkt.
– De initiatiefnemer voor een nieuwe school moet in de aanvraag ook beschrijven hoe de school kan bijdragen aan het tegengaan van segregatie, hoe de school omgaat met de vrijwillige ouderbijdrage, hoe de school verwacht te gaan samenwerken met kinderopvang en hoe de school uitvoering geeft aan de Wet medezeggenschap op scholen.
De zorgen van de VO-raad blijven bestaan, ondanks enkele amendementen. Nieuwe initiatieven kunnen een risico vormen voor de samenwerking tussen bestaande schoolbesturen in de regio en de concurrentie versterken. Bovendien is er op veel plekken nu al (meer dan) voldoende onderwijsaanbod. Daarnaast zien we dat er nieuwe initiatieven zijn ontstaan gericht op een specifieke doelgroep die leiden tot het ondermijnen van een breed aanbod en van de maatschappelijke opdracht aan scholen om voor elke leerling goed onderwijs te verzorgen.

Een voorbeeld van “de pijn” die kan ontstaan is de komst van een nieuwe school voor persoonlijk onderwijs (SvPO) in Deventer. Tachtig kinderen zijn begonnen (vijf brugklassen havo/vwo) in de eerste week van september. De school wil uiteindelijk aan 400 kinderen onderwijs geven. Overigens heeft de komst van deze nieuwe school (SvPO) in Deventer niets te maken met deze nieuwe wetgeving.

In Deventer fuseerden in 2000 de openbare, de christelijke en de katholieke scholengemeenschappen tot één school het Etty Hillesum Lyceum. De nieuwe school valt onder Stichting Carmelcollege, een katholieke onderwijsstichting. Zo werd nieuwbouw in Colmschate (de nieuwbouwwijk in Deventer) mogelijk gemaakt. Deze nieuwe situatie, slechts één brede scholengemeenschap in een stad met 100.000 inwoners is uniek in Nederland, een situatie die overigens nergens anders werd gekopieerd! Ik had wel mijn twijfels, omdat er niets meer te kiezen valt voor ouders en omdat ik overtuigd voorstander ben van het openbaar onderwijs. Het voordeel is dat er geen kleine klassen bovenbouw havo/vwo meer zijn en geen dubbele beroepsafdelingen. En dan komt er nu een concurrent bij!

Doordat er “alleen” katholiek onderwijs in Deventer gegeven wordt heeft het ministerie de komst van het SvPO goedgekeurd. Want er is plaats voor bijzonder neutraal onderwijs! Concurrentie op zich kan gezond zijn. Echter in tijden van krimp is het onbegrijpelijk dat het minserie niet meer regie voert. De wetgeving is verouderd en anticipeert niet op krimp. Ook deze nieuwe wetgeving niet!

Het zal het Etty Hillesum Lyceum ongetwijfeld pijn gaan doen. Het havo/vwo wordt afgeroomd. Bekostiging van kleine bovenbouw klassen zal weer ten koste gaan van volle onderbouwklassen. Ook zal er weer geld, zoals vaker gebeurt, dat bedoeld is voor het vmbo, naar de bovenbouw havo/vwo gaan en dat vind ik bijzonder ongepast.