|
Reinder
Vrielink Geweldloze communicatie en onderwijs |
![]() |
|
Reinder
is the owner/director of
|
|
| home coach column contact Deventer e-learning Geweldloze Communicatie Inspiratie over mijzelf weekjournaal | ||||
OE2R |
||||
The OE2R-model
This model has as basic assumption
collaborative learning; a specific art of social constructivism.
It distinguishes four phases:
Orientation
- the learning goal is explicated
by the teacher;
- there is a image of the result;
- the prior knowledge is activated;
- by the pupil learning questions formulated;
- by the teacher relevant knowledge introduced as a tool;
- by the teacher take into account of different learning styles;
Exploration
- by the teacher the instruction
for the assignment is clear;
- by different arts the pupil is active;
- by the teacher accompanying in the nearest zone of development of the pupil;
- accompanying al aspects of learning;
- by the pupil the feeling of success is stimulated;
- by the teacher seen which pupil have a blockade;
- no punishing for failures, but a failure is used to look for alternative solutions;
Evaluation
- the teacher the mediator to use
new knowledge in the next assignment
- the pupil is challenged to use the new knowledge;
- by the teacher used for collegial consultation;
- by the pupil the solutions are shared with peers (collaborative learning gives
a higher anchor of knowledge than individual learning)
Reflection
- by the pupil asked after the right
to exist of the assignment;
- by the teacher (or by the pupil) the learned is out of the context and put
into words
- by the teacher (or by the pupil) the learned is summarised and used in the
next assignment
In this model we combine Feuerstein theory of the Structural Cognitive Modifiability with the Dutch approach of developmental education (inspired by Vygotsky) and the self regulated learning- theory of M. Boeckaerts. Feuerstein defines intelligence as adaptability. This is a dynamic concept. The development or cognitive modifiability of the cognitive functions is stimulated by the interaction with a mediator (mediated learning experience). The quality of the mediated interaction depends on the presence and the frequency of (a dozen) parameters.
Mediation
In his theoretical model Feuerstein
assumes two types of interaction between a human and his environment that stimulates
the learning process.
Learning by direct exposure to stimulus: This is learning by stimulation from
the environment. You experience the stimulus, something you can feel, or hear,
or see and react on it by doing something. If you behaviour on the stimulus
is successful you will go on in the same way in the future. This assumes that
you can reflect that you are able to match the stimulus, your behaviour and
the consequences.
Learning by mediated learning experiences: Many things we know are not simply
to explain with stimulus. Especially processes of higher mental order. Feuerstein
assumes that the intervention of the human is a central happening by learning.
That way of learning is called “mediated learning”. This is a leaning
experience in which an intermediary (the mediator) the stimulus out of the environment
conscious and purposive fits to let a pupil learn as much as possible of it.
Moreover the mediator helps with the reflection. It has the intention the by
the mediator guide reflection flows over into a self-reflection.
Next text is in Dutch (I'm sorry, I didn't had the time to translate it!).
Als de redactiesom is opgelost vraag
je aan je deelnemers/leerlingen: Wat heb je nu precies gedaan? Hoe heb je gecontroleerd
of je antwoord klopt? Hoe ga je het de volgende keer aanpakken?
Wat is nu precies mediatie? We kunnen het als volgt definiëren:
Mediatie is een doelgerichte en gestructureerde interactie tussen mediator en
gemedieerde, gericht op:
Het ontwikkelen van leerdisposities (kunnen, willen, aanvoelen) bij de gemedieerde.
Hierdoor kan hij zodanig profijt trekken uit zijn huidige ervaringen, dat hij
adequaat om kan gaan met en kan anticiperen op toekomstige (leer-) situaties.
Het ontwikkelen van cognitieve en metacognitieve vaardigheden, zodat de gemedieerde
een zelfregulerend, autonoom en verantwoordelijk persoon wordt.
Wat wordt er nu met een aantal van deze termen bedoeld?
Doelgericht
Doelgericht houdt in dit verband
in dat de mediator een bewuste specifieke selectie maakt van prikkels. Bij die
selectie houdt hij er rekening mee dat de interactie moet leiden naar het doel
dat hij zichzelf heeft gesteld (zijn intenties, gericht op ontwikkeling), maar
ook dat de interactie betekenis heeft voor zijn deelnemer/leerling.
Laten we nog eens kijken naar onze redactiesom. De docent wil niet alleen dat
de deelnemers/leerlingen de huidige som kunnen oplossen, maar ook dat ze begrijpen
hoe ze redactiesommen in het algemeen op kunnen lossen en nog breder: dat het
nuttig is om nauwkeurig te lezen. Hiertoe zal hij het er bijvoorbeeld met de
deelnemers/leerlingen over hebben wat er nu eigenlijk precies wordt gevraagd.
Of welke informatie essentieel is en welke overbodig. Bovendien vraagt hij waar
ze het selecteren van essentiële en overbodige informatie op hun sportvereniging
of thuis toe kunnen passen. Het toepassen van het geleerde op verschillende
gebieden geeft de les betekenis.
Als we de bovenstaande selectie schematisch weergeven krijgen we het volgende:
de mediator (H, human) stelt zich tussen de stimuli (S) en de gemedieerde (O,
organisme) op en vertaalt een deel van de stimuli. Er komen ook nog heel veel
andere prikkels op de gemedieerde af. De docent vraagt zijn deelnemers/leerlingen
de essentiële informatie te selecteren, maar de overbodige informatie blijft
wel aanwezig. Ook stelt hij zich op tussen de gemedieerde en diens reactie op
de prikkels (R) en geeft hier feedback op. Onze wiskundedocent reageert op zijn
deelnemers/leerlingen als die essentiële of overbodige informatie aanduiden.
Gestructureerd In de interactie zijn verschillende structuren te onderkennen:
Mediatiekenmerken
Feuerstein onderkent 12 kenmerken waaraan een gemedieerde interactie kan voldoen.
De eerste drie kenmerken zijn essentieel om van mediatie te mogen spreken. Om
een idee van zijn invulling te geven vertel ik hier iets over de eerste vijf.
Intentionaliteit en wederkerigheid
De mediator stelt zich doelgericht
op tussen de deelnemer/leerling en diens omgeving. Hij expliciteert bovendien
wat zijn bedoelingen zijn met dit materiaal in dit lokaal op dit moment. Hier
hebben we het al eerder over gehad. Hier hoort dus ook bij dat de wiskundedocent
zijn deelnemers/leerlingen vertelt dat hij redactiesommen met ze gaat maken
en waarom.
Alleen als de deelnemers/leerlingen door hun houding en gedrag blijk geven dat
ze de intenties van de mediator vatten en zich ervoor willen inzetten spreken
we van wederkerigheid. Dit houdt in dat de deelnemers/leerlingen zich niet langer
passief opstellen, maar dat ze zich vrijwillig actief inspannen om het vooropgestelde
doel van de mediator te realiseren. De deelnemers/leerlingen gaan dus ook voor
zichzelf na wat de docent wil gaan doen en werken actief met hem mee.
Transcendentie
Een gemedieerde leerervaring blijft niet beperkt tot de bevrediging van de behoefte van het moment zelf, maar overstijgt de hier-en-nu situatie. Door met de deelnemers/leerlingen te reflecteren op wat voorbij is, te anticiperen op wat later kan gebeuren en oog te hebben voor de gevolgen van hun activiteiten voor zichzelf en voor anderen, stimuleert de mediator zijn deelnemers/leerlingen om hun onmiddellijke behoeftebevrediging te overstijgen en hun behoeftesysteem te verruimen. Het gaat niet slechts om het oplossen van een redactiesom, maar ook om het belang van nauwkeurig lezen, nagaan welke informatie relevant is en jezelf controleren. We gaan dus van het controleren van jezelf door de som na te lezen met het antwoord er naast en te kijken of dit klopt, naar jezelf controleren in het algemeen.
Zingeving
Door de deelnemers/leerlingen bewust
te maken van de zin en de waarde van bepaalde stimuli (voorwerpen, activiteiten)
kunnen ze een juistere kijk op hun omgeving ontwikkelen en kunnen ze gemotiveerd
worden voor eventuele interacties: om die reden wordt zingeving beschouwd als
het energetische principe van de gemedieerde leerervaring.
De mediator spant zich in om betekenis en waarde van bepaalde stimuli extra
in de verf te zetten en hoopt hierdoor te bereiken dat zijn deelnemers/leerlingen
gemotiveerd raken om erop te reageren. Op langere termijn wil hij bij de deelnemers/leerlingen
een houding ontwikkelen waarbij ze zich spontaan vragen stellen over de zin
en de waarde van wat er zich in hun omgeving bevindt.
Als ik bij de redactiesommen heb geleerd dat niet alle informatie relevant is,
ga ik me bij een andere vak afvragen of ik álles uit mijn hoofd moet
leren, of alleen datgene wat essentieel is. Dat scheelt een boel tijd.
Bekwaamheidsgevoelens
De mediator geeft positieve feedback waarbij hij een koppeling legt tussen het
resultaat van een activiteit en de inbreng van de deelnemer/leerling. Hierdoor
leert de deelnemer/leerlinge wat het precies was dat heeft geleid tot het gewenste
resultaat.
Helaas kennen de meeste van ons wel een collega die een deelnemer/leerling vertelt
dat hij deze sommen nooit zal leren maken. Nog erger vind ik dat er ook deelnemers/leerlingen
zijn die dit geloven en het bijltje er bij neer leggen. Het is al veel beter
om deelnemers/leerlingen te prijzen als ze een som goed hebben opgelost. Echt
effectief wordt het pas als je ook nog uitlegt waarom. “Je hebt de relevante
informatie er snel uitgehaald. Goed gedaan.” Of “Je hebt de som
eerst helemaal doorgelezen en bent hem toen pas op gaan lossen. Prima.”
Gedragsregulering en -controle
Er zijn deelnemers/leerlingen die
de stimulus (bv. de vraag) te vlug of te traag, te oppervlakkig of te grondig
analyseren. Ze voorzien in gedachten noch het verloop, noch de gevolgen van
hun reactie. Ze schatten de tijd en de (mentale) inspanning nodig om de opdracht
uit te voeren, onjuist of helemaal niet in. De mediator leert zijn deelnemers/leerlingen
dat het nodig en mogelijk is jezelf als voorwerp van studie te nemen en te onderzoeken
welke inspanning je zal moeten opbrengen voordat je start met de uitvoering
van een opdracht.
De mediator zal de deelnemers/leerlingen bovendien leren zichzelf te controleren
en bij te sturen tijdens de uitvoering van de opdracht (self-monitoring) en
te reflecteren op eigen denken en handelen.
Wat dit inhoudt voor onze redactiesommen is denk ik inmiddels wel duidelijk.
Visie achter mediatie is vergelijkbaar met de visie achter coachen:
Uitgangspunten
van mediatie