Reinder Vrielink
Trainer, coach and consultant

Geweldloze communicatie en onderwijs

non violent communication and education
Geweldloze communicatie

Reinder is the owner/director of
Paul Revédi Consultancy

e-learning

learning and teaching with ICT

 
home coach column contact Deventer e-learning Geweldloze Communicatie Inspiratie over mijzelf weekjournaal
 

OE2R

The OE2R-model

This model has as basic assumption collaborative learning; a specific art of social constructivism.
It distinguishes four phases:

Orientation

- the learning goal is explicated by the teacher;
- there is a image of the result;
- the prior knowledge is activated;
- by the pupil learning questions formulated;
- by the teacher relevant knowledge introduced as a tool;
- by the teacher take into account of different learning styles;

Exploration

- by the teacher the instruction for the assignment is clear;
- by different arts the pupil is active;
- by the teacher accompanying in the nearest zone of development of the pupil;
- accompanying al aspects of learning;
- by the pupil the feeling of success is stimulated;
- by the teacher seen which pupil have a blockade;
- no punishing for failures, but a failure is used to look for alternative solutions;

Evaluation

- the teacher the mediator to use new knowledge in the next assignment
- the pupil is challenged to use the new knowledge;
- by the teacher used for collegial consultation;
- by the pupil the solutions are shared with peers (collaborative learning gives a higher anchor of knowledge than individual learning)

Reflection

- by the pupil asked after the right to exist of the assignment;
- by the teacher (or by the pupil) the learned is out of the context and put into words
- by the teacher (or by the pupil) the learned is summarised and used in the next assignment

In this model we combine Feuerstein theory of the Structural Cognitive Modifiability with the Dutch approach of developmental education (inspired by Vygotsky) and the self regulated learning- theory of M. Boeckaerts. Feuerstein defines intelligence as adaptability. This is a dynamic concept. The development or cognitive modifiability of the cognitive functions is stimulated by the interaction with a mediator (mediated learning experience). The quality of the mediated interaction depends on the presence and the frequency of (a dozen) parameters.

Mediation

In his theoretical model Feuerstein assumes two types of interaction between a human and his environment that stimulates the learning process.
Learning by direct exposure to stimulus: This is learning by stimulation from the environment. You experience the stimulus, something you can feel, or hear, or see and react on it by doing something. If you behaviour on the stimulus is successful you will go on in the same way in the future. This assumes that you can reflect that you are able to match the stimulus, your behaviour and the consequences.
Learning by mediated learning experiences: Many things we know are not simply to explain with stimulus. Especially processes of higher mental order. Feuerstein assumes that the intervention of the human is a central happening by learning. That way of learning is called “mediated learning”. This is a leaning experience in which an intermediary (the mediator) the stimulus out of the environment conscious and purposive fits to let a pupil learn as much as possible of it. Moreover the mediator helps with the reflection. It has the intention the by the mediator guide reflection flows over into a self-reflection.

Next text is in Dutch (I'm sorry, I didn't had the time to translate it!).

Als de redactiesom is opgelost vraag je aan je deelnemers/leerlingen: Wat heb je nu precies gedaan? Hoe heb je gecontroleerd of je antwoord klopt? Hoe ga je het de volgende keer aanpakken?
Wat is nu precies mediatie? We kunnen het als volgt definiëren:
Mediatie is een doelgerichte en gestructureerde interactie tussen mediator en gemedieerde, gericht op:

Het ontwikkelen van leerdisposities (kunnen, willen, aanvoelen) bij de gemedieerde. Hierdoor kan hij zodanig profijt trekken uit zijn huidige ervaringen, dat hij adequaat om kan gaan met en kan anticiperen op toekomstige (leer-) situaties.

Het ontwikkelen van cognitieve en metacognitieve vaardigheden, zodat de gemedieerde een zelfregulerend, autonoom en verantwoordelijk persoon wordt.

Wat wordt er nu met een aantal van deze termen bedoeld?

Doelgericht

Doelgericht houdt in dit verband in dat de mediator een bewuste specifieke selectie maakt van prikkels. Bij die selectie houdt hij er rekening mee dat de interactie moet leiden naar het doel dat hij zichzelf heeft gesteld (zijn intenties, gericht op ontwikkeling), maar ook dat de interactie betekenis heeft voor zijn deelnemer/leerling.
Laten we nog eens kijken naar onze redactiesom. De docent wil niet alleen dat de deelnemers/leerlingen de huidige som kunnen oplossen, maar ook dat ze begrijpen hoe ze redactiesommen in het algemeen op kunnen lossen en nog breder: dat het nuttig is om nauwkeurig te lezen. Hiertoe zal hij het er bijvoorbeeld met de deelnemers/leerlingen over hebben wat er nu eigenlijk precies wordt gevraagd. Of welke informatie essentieel is en welke overbodig. Bovendien vraagt hij waar ze het selecteren van essentiële en overbodige informatie op hun sportvereniging of thuis toe kunnen passen. Het toepassen van het geleerde op verschillende gebieden geeft de les betekenis.
Als we de bovenstaande selectie schematisch weergeven krijgen we het volgende: de mediator (H, human) stelt zich tussen de stimuli (S) en de gemedieerde (O, organisme) op en vertaalt een deel van de stimuli. Er komen ook nog heel veel andere prikkels op de gemedieerde af. De docent vraagt zijn deelnemers/leerlingen de essentiële informatie te selecteren, maar de overbodige informatie blijft wel aanwezig. Ook stelt hij zich op tussen de gemedieerde en diens reactie op de prikkels (R) en geeft hier feedback op. Onze wiskundedocent reageert op zijn deelnemers/leerlingen als die essentiële of overbodige informatie aanduiden.
Gestructureerd In de interactie zijn verschillende structuren te onderkennen:
Mediatiekenmerken
Feuerstein onderkent 12 kenmerken waaraan een gemedieerde interactie kan voldoen. De eerste drie kenmerken zijn essentieel om van mediatie te mogen spreken. Om een idee van zijn invulling te geven vertel ik hier iets over de eerste vijf.


Intentionaliteit en wederkerigheid

De mediator stelt zich doelgericht op tussen de deelnemer/leerling en diens omgeving. Hij expliciteert bovendien wat zijn bedoelingen zijn met dit materiaal in dit lokaal op dit moment. Hier hebben we het al eerder over gehad. Hier hoort dus ook bij dat de wiskundedocent zijn deelnemers/leerlingen vertelt dat hij redactiesommen met ze gaat maken en waarom.
Alleen als de deelnemers/leerlingen door hun houding en gedrag blijk geven dat ze de intenties van de mediator vatten en zich ervoor willen inzetten spreken we van wederkerigheid. Dit houdt in dat de deelnemers/leerlingen zich niet langer passief opstellen, maar dat ze zich vrijwillig actief inspannen om het vooropgestelde doel van de mediator te realiseren. De deelnemers/leerlingen gaan dus ook voor zichzelf na wat de docent wil gaan doen en werken actief met hem mee.


Transcendentie

Een gemedieerde leerervaring blijft niet beperkt tot de bevrediging van de behoefte van het moment zelf, maar overstijgt de hier-en-nu situatie. Door met de deelnemers/leerlingen te reflecteren op wat voorbij is, te anticiperen op wat later kan gebeuren en oog te hebben voor de gevolgen van hun activiteiten voor zichzelf en voor anderen, stimuleert de mediator zijn deelnemers/leerlingen om hun onmiddellijke behoeftebevrediging te overstijgen en hun behoeftesysteem te verruimen. Het gaat niet slechts om het oplossen van een redactiesom, maar ook om het belang van nauwkeurig lezen, nagaan welke informatie relevant is en jezelf controleren. We gaan dus van het controleren van jezelf door de som na te lezen met het antwoord er naast en te kijken of dit klopt, naar jezelf controleren in het algemeen.


Zingeving

Door de deelnemers/leerlingen bewust te maken van de zin en de waarde van bepaalde stimuli (voorwerpen, activiteiten) kunnen ze een juistere kijk op hun omgeving ontwikkelen en kunnen ze gemotiveerd worden voor eventuele interacties: om die reden wordt zingeving beschouwd als het energetische principe van de gemedieerde leerervaring.
De mediator spant zich in om betekenis en waarde van bepaalde stimuli extra in de verf te zetten en hoopt hierdoor te bereiken dat zijn deelnemers/leerlingen gemotiveerd raken om erop te reageren. Op langere termijn wil hij bij de deelnemers/leerlingen een houding ontwikkelen waarbij ze zich spontaan vragen stellen over de zin en de waarde van wat er zich in hun omgeving bevindt.
Als ik bij de redactiesommen heb geleerd dat niet alle informatie relevant is, ga ik me bij een andere vak afvragen of ik álles uit mijn hoofd moet leren, of alleen datgene wat essentieel is. Dat scheelt een boel tijd.
Bekwaamheidsgevoelens
De mediator geeft positieve feedback waarbij hij een koppeling legt tussen het resultaat van een activiteit en de inbreng van de deelnemer/leerling. Hierdoor leert de deelnemer/leerlinge wat het precies was dat heeft geleid tot het gewenste resultaat.
Helaas kennen de meeste van ons wel een collega die een deelnemer/leerling vertelt dat hij deze sommen nooit zal leren maken. Nog erger vind ik dat er ook deelnemers/leerlingen zijn die dit geloven en het bijltje er bij neer leggen. Het is al veel beter om deelnemers/leerlingen te prijzen als ze een som goed hebben opgelost. Echt effectief wordt het pas als je ook nog uitlegt waarom. “Je hebt de relevante informatie er snel uitgehaald. Goed gedaan.” Of “Je hebt de som eerst helemaal doorgelezen en bent hem toen pas op gaan lossen. Prima.”


Gedragsregulering en -controle

Er zijn deelnemers/leerlingen die de stimulus (bv. de vraag) te vlug of te traag, te oppervlakkig of te grondig analyseren. Ze voorzien in gedachten noch het verloop, noch de gevolgen van hun reactie. Ze schatten de tijd en de (mentale) inspanning nodig om de opdracht uit te voeren, onjuist of helemaal niet in. De mediator leert zijn deelnemers/leerlingen dat het nodig en mogelijk is jezelf als voorwerp van studie te nemen en te onderzoeken welke inspanning je zal moeten opbrengen voordat je start met de uitvoering van een opdracht.
De mediator zal de deelnemers/leerlingen bovendien leren zichzelf te controleren en bij te sturen tijdens de uitvoering van de opdracht (self-monitoring) en te reflecteren op eigen denken en handelen.
Wat dit inhoudt voor onze redactiesommen is denk ik inmiddels wel duidelijk.

Visie achter mediatie is vergelijkbaar met de visie achter coachen:


Uitgangspunten van mediatie

Coachen

top [ top ]