Ik heb op Koningsdag samen met mijn vrouw de NS-wandeling van Oosterbeek naar Arnhem gelopen. Dit ter voorbereiding op onze wandelvakantie in Portugal, de 2de week van mei. Een mooie wandeling, vooral de eerste negen kilometer over de Hemelse berg. Mijn vrouw had op de basisschool over Heveadorp geleerd, waar later de Vredestein banden gemaakt werden. Met prachtige in Engelse stijl opgetrokken arbeiderswoningen. Ik had er nog nooit van gehoord! We zijn wel van hetzelfde bouwjaar.

Veel scholen hebben nu twee weken meivakantie. Voor werkende ouders met schoolgaande kinderen is dat altijd weer lastig om extra opvang te regelen. Ik ben dat begrip ‘vakantie’ helemaal kwijt nu ik al bijna twee jaar met pensioen ben. Toen ik nog in het onderwijs werkte had je bijna om de zes weken een week vrij. Herfstvakantie, kerstvakantie, voorjaarvakantie, meivakantie, zomervakantie. Je leefde er in mee, er naar toe, je spanningsboog was erop afgesteld. De maand mei met al zijn vrije dagen was vaak een lastige. De regelmaat viel weg. Ik heb van mijn onderwijsbaan genoten, het was fijn dat ik thuis was als de kinderen vrij hadden. Nu ben ik dat dus kwijt en ik mis het niet eens. Wat wel fijn is dat je buiten de schoolvakanties om met vakantie kunt gaan. Dat scheelt veel geld.

Mensen uit mijn kennissenkring die niet in het onderwijs werkten waren weleens jaloers. 60 vrije dagen en een lesuur van 50 minuten! Waar in het bedrijfsleven vind je dat. Toen ik begon gaf ik 32 uren les, later werd dat 25 en met een paar taakuren soms minder (nu normjaarbeleid). Wat steeds vergeten wordt met de discussie over aantal vrije weken is de werkweek, de schoolfeesten, de ouderavonden, enz. Ook is  het leraarschap een fysiek en emotioneel zwaar beroep is. Je moet je voor elke les steeds weer opladen. Je kunt nooit verslappen. Wat je op de been houdt is liefde voor het vak. De leerlingen leuk vinden, regisseur zijn, toneelspeler, coach, politieagent en veel meer. Als je ze weet te raken, ze weet te inspireren, geeft dat een kick. Wat ik ook fijn vond is dat jezelf kunt bepalen wanneer je nakijkt en lessen voorbereidt. Een mooi beroep dus, met veel vrijheid. Zijn docenten zelf trots op hun vak, op hun baan en stralen ze dat ook uit?

Wat ik ook vermoeiend vond was iedere keer de politieke discussie en nieuwe wetgeving. Vmbo en Basisvorming zijn mislukt. Dat heeft wat uurtjes vergaderen gekost! Dan heb ik het maar niet over Passend Onderwijs. Nu lees ik in de krant over twee nieuwe vakken: burgerschap en digitale geletterdheid & techniek. Dat & techniek wie verzint dat! Ik word daar zo moe van.

Ik deed deze week boodschappen in een supermarkt en in het kratje bier ontbraken 7 flesjes. Ook in het magazijn waren ze niet meer. Ik moest maar 7 flesjes minder afreken. Zo meld ik dat aan het kassameisje. Hoeveel flesjes zitten er in een kratje vroeg ze. Ik zei 24 en nu dus min 7. Hoeveel is dat? 24-7 dat was al erg moeilijk voor haar! Niet te geloven.

Ik heb respect voor de mensen die in het onderwijs werken. Er wordt zoveel meer gevraagd en verwacht. Ik ga dus ook niet roepen dat alles vroeger beter was. In tegendeel. Aandacht voor nieuwe vaardigheden mag echter niet ten koste gaan van andere basisvaardigheden zoals rekenen. Je mag ook niet vergeten dat we thuis ook veel leren. Van alle games, van het mobieltje, van elkaar. Je leert echt niet alleen op school. Zo heb ik mij deze week WordPress aangeleerd en daarin mijn nieuwebedrijfswebsite gemaakt.

Nu loop ik mij toch weer een beetje op te winden in mijn “meivakantie”. Die had ik toch niet meer?

Reinder Vrielink