Er stond een aardig stuk over de waardering van het leraarschap door Joost de Vries in de Volkskrant van zaterdag 14 april 2018. “Het leraarschap wordt ondergewaardeerd, zowel qua salaris als qua status. Iedereen is het erover eens dat daarin verandering moet komen, maar niemand weet hoe. Is geld de oplossing?” Het artikel is onderdeel van de katern “Werken in het onderwijs”: – Leraren worden ondergewaardeerd, terwijl hun lessen ons leven blijvend beïnvloeden. Tijd voor een ode; – Aanprijzing. Zes reclamebureaus zetten leraren in het zonnetje; – Geld en aanzien. De salarissen in het onderwijs moet omhoog. Maar hoe?; – Die ene leraar. Bekende Nederlanders over hun favoriete docenten.

In deze column ga ik in op de waardering en status van het leraarschap. “Gezogt: Leraar m/v” was de kop boven het artikel. Ik vind de spelling van de kop erg leuk. Ik weet dat er mensen van gruwelen. De overwaardering van taal en met name spelling is voor veel leerlingen (zoals ik) een crime. Ondanks het voortgezet onderwijs ben ik zover gekomen grap ik wel eens.
Als deze kop een knipoog is naar de vermeende achteruitgang in kwaliteit van het onderwijs vind ik het misplaatst. Uit het PISA-onderzoek naar de prestaties van 15-jarige leerlingen in 71 landen blijkt dat in 2015 Nederlandse 15-jarigen minder goed presteren op internationale toetsen voor natuurwetenschappen en wiskunde dan in 2012. De leesvaardigheid van de leerlingen is niet wezenlijk veranderd.  De recente niveaudaling voor natuurwetenschappen en wiskunde doet zich voor in het merendeel van de OESO- en EU-landen. Daardoor staat Nederland er in het internationale gezelschap nog steeds relatief goed voor. Voor genoemde vakken in Europa in de top 3! Daar is dus niks mis mee, daar kan de waardering van het leraarschap niet onder hebben geleden.

Dat de waardering en de status van het leraarschap achteruit is gegaan blijkt uit de beroepsprestigeladder van 2016:

  • 1. Chirurg
  • 2. Rechter
  • 3. Burgemeester
  • 4. Internist
  • 5. Advocaat
  • 21. Schooldirecteur
  • 32. Schooldirecteur basisonderwijs
  • 43. Leraar bovenbouw havo/vwo 1ste graads (was 22 in 2006)
  • 50. Leraar VMBO 2de graads (was 34 in 2006)
  • 69. Leraar basisonderwijs
  • 86. Leraar lichamelijke opvoeding

Bron: Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) in Maastricht, het beleidsadviesbureau Ecorys en onderzoeksbureau Kantar Public (voorheen TNS Nipo)

Ten opzichte van tien jaar geleden gingen tweedegraads leraren van 34 naar 50 en eerstegraads leraren van 22 naar 43. Lesgevende beroepen hebben nog wel maatschappelijk aanzien maar ze behoren niet meer tot de top. En dat terwijl het imago van het lerarenberoep dertig jaar lang nauwelijks was veranderd, aldus de Volkskrant.

Ik ben zowel leraar als schoolleider geweest in het voortgezet onderwijs. Over het geld heb ik nooit geklaagd. Wel over het gebrek aan erkenning en waardering. Na de Hos nota, (1985 -Deetman), kreeg je tien jaren lang onderwijskorting en de schalen 11 en 12 verdwenen. Dat is al wel lang geleden, het heeft een lelijk litteken achter gelaten. Ik vind overigens schaal 10 een prima salaris voor een hbo opgeleide. Hoe krijgen we het leraarschap in een hoger aanzien, zodat het weer aantrekkelijk wordt en de lerarenopleidingen weer vol lopen?

Voor mij stond plezier hebben in je werk altijd voorop. Als plezier en werken samen gaan nemen de prestaties toe. Liefde voor het vak. De jonge gasten leuk vinden. Regisseur zijn, toneelspeler, coach, politieagent en veel meer. Als je ze weet te raken, ze weet te inspireren, geeft dat een kick. Wat ik ook prettig vond en vaak onderwerp van discussie (en jaloezie) is dat je in het onderwijs 60 vakantiedagen hebt. Afhankelijk hoe de feestdagen vallen heb je al gauw 12 weken vrij. Plus de weken voor de grote vakantie waar je relatief weinig les geeft. Geen examenklassen meer. Wel werkweek, schoolfeesten, ouderavonden, enz. Wat wel steeds vergeten wordt met de discussie over aantal vrije weken is dat het leraarschap een fysiek en emotioneel zwaar beroep is. Je moet je voor elke les steeds weer opladen. Je kunt nooit verslappen. Zelf kunnen bepalen wanneer ik nakijk en lessen voorbereid vond ik ook fijn. De jaarvoorbereiding deed ik meestal in de laatste week van de grote vakantie. Verslagen keek ik meestal zondagmiddag na, terwijl ik ook naar “Langs de lijn” op de radio luisterde. Ook was ik vaak thuis als mijn kinderen uit school kwamen. Dat gold uiteraard ook voor de schoolvakanties. Een mooi beroep dus, met veel vrijheid.

Waarderen leraren hun beroep eigenlijk zelf wel? Spreek je als leraar met trots op verjaardagen over je beroep, je leerlingen, jouw school? Sta je in je vrijetijdskleding voor de klas? Hier valt m.i. ook een hoop te verbeteren.

In de voortreffelijke serie “De luizenmoeder” werd de directeur van een basisschool belachelijk gemaakt. Ook staan er op de basisscholen bijna alleen nog maar vrouwen voor de klas. Kom op mannen!!! Worden vrouwenberoepen minder gewaardeerd dan mannenberoepen? Gaat het dan toch alleen om het salaris?

Deze week werd bekend gemaakt dat in de bouw de lonen met 5.5% omhoog gaan. Dat hoor je nooit over het onderwijs. Stel je voor het onderwijs krijgt er 10% bij! Nee, het onderwijs hobbelt er steeds maar achteraan. Zou dat van negatieve invloed zijn op onze status?

Volgens hoogleraar Cörvers (Maastricht) begint alles met meer geld. “Meer salaris maakt het beroep aantrekkelijk. Er dient over een langere periode consequent geïnvesteerd te worden in betere arbeidsvoorwaarden, lerarenopleidingen en professionalisering van leraren”.